Opkweken Kuikens
|
Zodra het kuiken uit het ei is gekomen wordt het in een aparte kast gezet om op te drogen, de temperatuur hierin is ± 34° C en de relatieve vochtigheid is ± 40 %, men moet er wel op letten dat de bodem voldoende ruw is zodat men spreidpoten voorkomt. |
|
Na het opdrogen, ongeveer na 4 tot 5 uur, gaat het kuiken naar zijn eerste opkweekkist die ongeveer 40 bij 60 cm is met een warmtelamp erboven, zorg dat de warmtelamp niet te laag hangt, de temperatuur onder de lamp moet ongeveer 35º C zijn, wordt het voor het kuiken te warm dan kan het zich altijd verplaatsen naar een andere hoek in de kist. |
![]() |
|
Op hetzelfde moment geeft men het opfokvoer in kruimelvorm, dit kan in een klein schaaltje, of gewoon los op de bodem. |
|
|
Na een dag of 10 komt het kuiken in een kist van 40 bij 120 cm eveneens op een ruwe bodem. Hierin verblijft het dan nog een dag of 10. |
|
Als het kuiken in het grote hok komt, moet men zeer goed uit gaan kijken met voeren, althans wij voeren een opfokvoer met een zeer hoog eiwitgehalte wat het kuiken ook nodig heeft, men moet dan wel uitkijken met de hoeveelheid voer. Het beste is om 2 x per dag een beetje te voeren en er voor te zorgen dat 's morgensvroeg het voer op is en het kuiken dan ook honger heeft. U voert eerder te veel dan te weinig. |
|
|
|
![]() |
|
De buitenrennen liggen langs elkaar met een afscheiding die niet hoger is als 60 cm, zodat de kuikens langzaam naast elkaar opgroeien en hun soortgenoten leren kennen. |
|
|
![]() |
|
|
|
Het grote voordeel dat alle jonge kraanvogels bijelkaar lopen is dat er geen onderlinge aggressiviteit is. Hierdoor zijn er op latere leeftijd ook geen problemen met het koppelen, alle vogels zijn aan elkaar gewend |
![]() |






