Skip Navigation
 
 



Opkweken Kuikens

Zodra het kuiken uit het ei is gekomen wordt het in een aparte kast gezet om op te drogen, de temperatuur hierin is 34 C en de relatieve vochtigheid is  40 %, men moet er wel op letten dat de bodem voldoende ruw  is zodat men spreidpoten voorkomt.
Ook moet men oppassen dat het kuiken de navel, die nog week is, niet beschadigt.

 

Na het opdrogen, ongeveer na 4 tot 5 uur, gaat het kuiken naar zijn eerste opkweekkist die ongeveer 40 bij 60 cm is met een warmtelamp erboven, zorg  dat de warmtelamp niet te laag hangt, de temperatuur onder de lamp moet ongeveer 35 C zijn, wordt het voor het kuiken te warm dan kan het zich altijd verplaatsen naar een andere hoek in de kist.
Zorg ervoor dat er in de kist een ruwe bodem aanwezig is bv. een grasmat dit ivm spreidpoten en het scheef groeien van de tenen.
De eerste 24 uur wordt met een spuitje water aan het kuiken gegeven. Na 24 uur wordt het eerste voer aangeboden met een stokje, dit kan floating zijn of een witte meelworm, het gaat erom dat de maag langzaam gaat wennen aan het voer.

 Grus japonensis, a chicken just 1 day old

Op hetzelfde moment geeft men het opfokvoer in kruimelvorm, dit kan in een klein schaaltje, of gewoon los op de bodem.
Het kuiken gaat na een bepaalde tijd, als het zijn eerste voer heeft gehad, actiever worden en zelf op zoek naar eten.
Houd het kuiken wel in de gaten want niet ieder kuiken gaat zelfstandig van de opfokkruimel eten, dus men moet het eventueel iedere dag 4 tot 5 maal bijvoeren, in elk geval tot men in de gaten heeft dat het zelf van de kruimel gaan eten. Men kan dit het beste waarnemen aan de mest van het kuiken, een normaal gezond kuiken moet  na ongeveer 3 dagen voldoende vaste mest produceren.
Als dit niet het geval is moet men het specifiek in de gaten houden en zelf met een stokje in de kruimel gaan  spelen, het beste is om het stokje of spatel nat te maken, het kuiken is gewend om  het voer te krijgen van deze spatel en zal dan zelf de spatel achterna gaan en bij de kruimel uit komen.
Als het kuiken al kruimel gegeten heeft en op een bepaald moment stopt moet men de cloaca nakijken want deze kan dicht zitten.
Bij jonge kuikens kan men dit het beste zien als de pootjes gaan uitdrogen dat er iets aan de hand is, dus het is bijzonder belangrijk om het kuiken meerdere  malen per dag in de gaten te houden.
Een ander belangrijk punt is dat men de warmtelamp niet te laag heeft hangen omdat, als het in de kist te warm wordt, het kuiken teveel in stress geraakt.

 

 Grus nigricollis

Na een dag of 10 komt het kuiken in een kist van 40 bij 120 cm eveneens op een ruwe bodem. Hierin verblijft het dan nog een dag of 10.
Dan wordt het kuiken overgebracht in een groter hok van ongeveer 1 meter bij 2 meter met als bodem bedekker houtwol, dit bevordert het natuurlijke bewegingspatroon van poten en tenen.
Heeft men het kuiken in een grote opkweekbak zitten en men neemt waar een naar binnen draaiende hak dan moet men het kuiken al eerder op een bodembedekker van bv. houtwol zetten. Dan lost zich dit probleem voor bijna 90% van zelf weer op.

Als het kuiken in het grote hok komt, moet men zeer goed uit gaan kijken met voeren, althans wij voeren een opfokvoer met een zeer hoog eiwitgehalte wat het kuiken ook nodig heeft, men moet dan wel uitkijken met de hoeveelheid voer. Het beste is om 2 x per dag een beetje te voeren en er voor te zorgen dat 's morgensvroeg het voer op is en het kuiken dan ook honger heeft. U voert eerder te veel dan te weinig.
Door het hoge eiwit percentage groeit het kuiken behoorlijk snel wat ook de bedoeling is, omdat in de vrije natuur het kuiken ook met 3 maanden vliegvlug moet zijn.
Wordt er teveel gevoerd dan wordt het te zwaar en kan het door de poten gaan. Als U dit ziet bij het kuiken dan moet U het onmiddellijk op dieet zetten en honger laten lijden, in veel gevallen zult U zien dat binnen een paar dagen alles weer recht komt zonder zelf met tape te werken. Is het al te ver met de problemen dan moet U als nog met tape gaan werken.

Na een periode dat het kuiken ongeveer anderhalve maand oud is word het overgeplaatst naar een buitenren van 2 meter bij 6 meter met aansluitend een binnenhok van 2 x 2 meter, in het binnenhok wordt een warmtelamp opgehangenen en als bodembedekker wordt houtwol gebruikt.
Men laat het kuiken de eerste dag alleen nog in het binnenhok, daarna maakt men de deur open zodat het zelf naar buiten kan, maar alleen met goed weer en s'avonds moet het kuiken weer opgesloten worden. Na een dag of 5 kan men het binnenhok dan ook s'avonds open laten omdat het kuiken dan geleerd heeft om 's avonds zelf naar binnen te gaan en onder de lamp gaat liggen.
Men moet wel rekening houden dat bij slecht weer (regen) het  kuiken opgesloten wordt.

 

 Anthropoides paradisea bred 2007

 0040_500

De buitenrennen liggen langs elkaar met een afscheiding die niet hoger is als 60 cm, zodat de kuikens langzaam naast elkaar opgroeien en hun soortgenoten leren kennen.
Men moet in deze periode nog steeds niet te veel voeren omdat kuikens de eerste 2 maanden van hun leven nog steeds graag door de poten gaan, dus op dieet houden.
De poten moeten nog iedere dag in de gaten worden gehouden totdat het kuiken ongeveer 8 weken oud zijn. Daarna is het grootste risico voorbij en gaat het kuiken een vetreserve opbouwen en mag er meer gevoerd gaan worden.

 


Na een leeftijd van ongeveer 12 weken worden de kuikens, het liefste van dezelfde soort, bij elkaar gezet in groepen, bij ons zijn dit groepen van ongeveer 8 tot 10 stuks. Na ongeveer een week tot twee weken bij elkaar te hebben gezeten worden bij ons de kuikens over gezet  naar een weiland van ongeveer 10000 vierkante meter met waterpartijen. In dit weiland worden de diverse soorten dan bij elkaar gezet.

 Grus vipio bred 2007

Juvenile cranes, Grus grus and Grus japonensis

Het grote voordeel dat alle jonge kraanvogels bijelkaar lopen is dat er geen onderlinge aggressiviteit is. Hierdoor zijn er op latere leeftijd ook geen problemen met het koppelen, alle vogels zijn aan elkaar gewend

afbeelding_031_600






 
 
« Vorige pagina|Print deze pagina|Vertel een vriend(in) of kennis